De
Macht Aan de Arbeiders: de Privatisering van de de Sociale Voorzieningen in Chili
Door Dr. José Piñera
Vertaling door H.H. Jelgerhuis Swildens.
Dr. José Piñera is President van het Internationale Centrum voor Pensioenverbeteringen
en mede-Voorzitter van het Cato Project voor Privatisering van de Sociale Voorzieningen.
In Chili was hij als Minister voor Arbeid en Sociale Voorzieningen van 1978 tot 1980
verantwoordelijk voor de privatisering van het Chileense Staatspensioensysteem. Dit essay
is gebaseerd op een voordracht, die hij gaf tijdens de regionale conferentie van het Mont
Pelerin Genootschap te Cancun in Mexico op ,17 Januari 1996. De auteur spreekt hiermede
zijn dank uit aan Edward H. Crane voor zijn hulp en voor zijn commentaar.
(Dit essay is een herdruk uit het Cato Journal, vol.15 , no.2.)
Een groot spook bedreigt de wereld. Het is het spook van het failissement van de
staatspensioenvoorzieningen.
Het omslagstelsel voor de financiering van de staatspensioenen, dat gedurende de tweede
helft van deze eeuw praktisch de boventoon speelde, heeft een fundamentele zwakte, die is
gebaseerd op een foute veronderstelling hoe mensen zich gedragen; het vernietigd, op het
persoonlijke vlak, het belangrijke verband tussen inspanning en beloning - met andere
woorden het doet de binding tussen persoonlijke verantwoordelijkheid en persoonlijke
rechten te niet. En, .........wanneer dat op een grote schaal gebeurt en voor een hele
lange tijd, dan is de uitkomst disastreus.
Twee invloeden van buitenaf vergroten het gevolg van die fundamentele zwakte: (1) de
wereldwijde teruggang van de vruchtbaarheidscijfers; en (2) de vooruitgang van de medische
wetenschap, waardoor mensen steeds ouder worden. Het gevolg is , dat steeds minder
werkzamen voor steeds meer gepensionneerden moeten opdraaien. Aangezien de verhoging van
de pensioenleeftijd en van de inhoudingen onvermijdelijk een bovengrens heeft, moet men in
het omslagstelsel op een gegeven ogenblik de uitkeringen gaan verlagen - dit is een
duidelijke aanwijzing van een failliet systeem.
Of nu de vermindering van de uitkeringen wordt bereikt door inflatie, zoals in de meeste
ontwikkelingslanden, of door de wetgeving te verandeeren, de uitkomst voor de
gepensionneerde blijft hetzelfde: zorgen op de oude dag veroorzaakt, pardoxaal genoeg,
door de ingebouwde onzekerheden van het "sociale verzekeringssysteem".
In 1980 besloot de Chileense Regering om de koe bij de horens te vatten. Een door de
Overheid beheerd pensioensysteem werd vervangen door een revolutionaire nieuwigheid: een
door particulieren beheerd nationaal systeem van Pensioen Spaar Rekeningen (PSR).
Nu, na 15 jaren in bedrijf te zijn, spreken de resultaten voor zichzelf. Uitbetalingen in
het nieuwe geprivatiseerde systeem zijn nu al 50 tot 100% hoger - afhankelijk of het AOW
betreft, Arbeidsongeschiktheid-, of Weduwen en Wezenuitkeringen - dan onder het
omslagstelsel.
De middelen, die door particuliere pensioenfondsen worden beheerd, bedragen ongeveer
50 miljard ofwel zo'n 40% van het Bruto Nationaal Product over 1995.
Door de verbetering van het functioneren van zowel de kapitaals-, als van de arbeidsmarkt
blijkt de privatisering van de pensioenen één van de belangrijkste factoren te zijn, die
het groeipercentage van de economie omhoogstuwde van de historische 3% naar gemiddeld 6,5%
over de laatste 12 jaren.
Daarnaast is het een feit, dat de Chileense spaarfondsen zijn gegroeid tot 27% van het BNP
en dat de werkloosheid is afgenomen tot 5% sinds men de verandering in werking stelde.
Maar nog veel belangrijker is, dat pensioenen geen overheidszaak meer zijn en daarmede
werd een enorme sector van de economie gedepolitiseerd, waardoor de mensen veel meer greep
kregen op hun eigen leven. De structurele zwakte van het pensioensysteem is verwijderd en
de toekomst van de pensioenuitkering is afhankelijk van persoonlijk handelen en van het
vrije marktsysteem.
Het grote succes van het Chileense Privé Pensioensysteem heeft ertoe geleid, dat drie
andere Zuid Amerikaanse staten ook besloten het roer om te gooien. In de afgelopen jaren
hebben Argentinië (1994), Peru (1993), en Columbia (1994) gelijksoortige veranderingen
uitgevoerd. In deze vier Zuid Amerikaanse landen hebben 11 miljoen werkenden persoonlijke
pensioenrekeningen.
Het Chileense experiment zou zeer instructief kunnen zijn voor vele andere landen in de
wereld. Zelfs in de Verenigde Staten wordt serieus gedebatteerd over privatisering van het
60-jaar oude (staats-) pensioensysteem.
Het zij mij vergund op te merken, dat het Amerikaanse Sociale Verzekeringssyteem het
grootste volledige overheids- programma is ter wereld, waarin jaarlijks meer dan
700 miljard wordt uitgegeven (Méér dan het totale defensiebudget gedurende de Koude
Oorlog !)
Een voorbeeld van de kracht van vernieuwende ideeën is dat zelfs uit de Volksrepubliek
China officiële afgevaardigden naar Chili zijn gekomen om het privé pensioensysteem te
bestuderen.
Eén van de gevolgen is een interessant verslag van een meningsverschil waarover 'The
Economist' kortelings rappor- teerde:
Er is in het algemeen meer een bitse dan een komische situatie in de langdurende
tweestrijd tussen Groot Brittannië en China met betrekking tot de toekomst van Honkong.
Toch zou Chris Patten - de Gouverneur van Honkong - een glimlach niet hebben kunnen
onderdrukken toen zelfs China zijn plannen voor een pensioensysteem gebaseerd op het
omslagstelsel, onderuit haalde. Zhou Nan, de hoofdvertegenwoordiger van Communistisch
China in Honkong, mompelde dat de heer Patten als Conservatieve Brit bezig was
"uiterst kostbare Euro-Socialistische" ideeën in Honkong in te voeren. (15
Februari 1995)
Het is zeer wel mogelijk, dat voor de Eenentwintigste Eeeuw ingaat, reeds meerdere andere
landen, met inbegrip van alle Amerikaanse, hun pensioensysteem geprivatiseerd zullen
hebben. Dat zou een enorme vergroting (terugstroom) van macht voor de burgers betekenen
ten koste van de overheden, waardoor de persoonlijke vrijheid sterker benadrukt wordt. Dat
op zijn beurt zal een snellere economische groei bevorderen en armoede - speciaal op
latere leeftijd - ver- minderen.
"....pensioenen hebben opgehouden een overheidszaak te zijn, waardoor het politieke
element uit een enorm grote sector van de economie is verdwenen en iedereen veel meer
controle heeft over zijn eigen bestaan".
HET CHILEENSE PSR SYSTEEM
Onder het Chileense PSR-systeem is het bedrag, dat een werknemer gedurende zijn werkzame
jaren bijeenbrengt bepalend voor de basis van zijn pensioengrondslag. Noch de werknemer,
noch de werkgever betaalt sociale lasten aan de overheid. De werknemer krijgt echter geen
door de overheid gegarandeerd pensioen. Gedurende zijn werkzame leven wordt daarentegen
door zijn werkgever automatisch maandelijks 10% van zijn salaris op zijn persoonlijke
Pensioen Spaar Rekening gestort. Dit percentage heeft alleen betrekking op de eerste
44.000,00 van zijn jaarinkomen. Zodoende gaat het "verplichte" gedeelte
van het spaarbedrag naar beneden als salarissen omhoog gaan bij stijgen van de economische
bedrijvigheid.
Het is een werknemer toegestaan een verdere 10% van zijn salaris per maand, die van zijn
inkomstenbelasting aftrekbaar zijn, aan zijn PSR toe te voegen als een soort vrijwillig
sparen. In het algemeen zal een werknemer dus meer dan de minimum 10% betalen als hij er
prijs op stelt een hogere pensioenuitkering te ontvangen, dan wel eerder met pensioen te
kunnen gaan.
Een werknemer heeft de keuze uit één van de vele particuliere Pensioenfonds
Administratie Maatschappijen ["Administradoras de Fondos de Pensiones" ( PAM)]
om zijn pensioen te beheren. Deze maatschappijen zijn niet gerechtigd andere activiteiten
te ontplooien en staan onder overheidstoezicht om een laag-risico portefeuille te garan-
deren en om fraude en diefstal te voorkomen.
Een aparte onafhankelijke overheidsinstelling, een uiterst technisch bekwame PAM
controle-instelling, houdt het toe- zicht.
Uiteraard bestaat er geheel vrije deelnemingsmogelijkheid aan de PAM bedrijvigheden.
"Werknemers hebben het recht van PAM te veranderen. Op die manier ontstaat er
concurrentie tussen de PAM's om een hoger rendement op de investeringen te kunnen
aanbieden, een betere klantenservice of lagere provisies."
Werknemers staat het vrij om van de ene op de andere PAM over te gaan. Hierdoor ontstaat
er tussen de verschillende maatschappijen concurrentie om bijvoorbeeld een hoger rendement
te verstrekken of betere dienstverlening ofwel lagere provisies te betalen. Iedere
werknemer ontvangt een PSR-kasboek en ontvangt elk kwartaal een standaard overzicht, dat
hem inzicht geeft hoeveel aan zijn rekening is toegevoegd en hoe goed zijn maatschappij
heeft gepresteerd. Het kasboek draagt de naam van de werknemer; het is zijn eigendom en
wordt gebruikt om zijn pensioen te betalen (met een voorziening voor Weduwen-, en
Wezenpensioen).
Zoals te verwachten valt verschillen de persoonlijke voorkeuren voor pensioenvoorzieningen
evenveel als andere persoonlijke voorkeuren. Sommigen hebben een voorkeur hun hele leven
te werken, terwijl anderen niet kunnen wachten om ermede te stoppen om van hun werkelijk
roepingen of hobbies, zoals schrijven of vissen, te genieten.
Het oude omslagstelsel stond dergelijke persoonlijke voorkeuren niet toe, behalve door
collectief opgelegde vervroegde uittreding, zoals bijvoorbeeld een vervroegde
pensioendatum door machtige politieke kiesgroepen.
Het was een één-maat-past-iedereen systeem, waarvoor een hoge prijs werd gevraagd aan
menselijk geluk.
Het PSM-systeem daarentegen opent wel mogelijkheden voor persoonlijke voorkeuren, die
vertaald worden naar persoonlijke beslissingen, die het gewenste resultaat opleveren.
In de bijkantoren van vele PAM's staan gebruikersvriendelijke computerterminals, die het
de werknemer mogelijk maken om de te verwachten waarde van zijn pensioen te berekenen aan
de hand van het bedrag, dat op zijn rekening staat en het jaar waarin hij met pensioen
wenst te gaan. Andersom kan een werknemer ook het bedrag invoeren, dat hij als pensioen
wenst te ontvangen en aan de computer vragen hoeveel zijn maandelijkse inleg moet bedragen
om op een bepaalde leeftijd met pensioen te kunnen gaan. Zodra hij een antwoord heeft
hoeft hij eenvoudigweg aan zijn werkgever te vragen het benoigde bedrag van zijn salris in
te houden en op zijn rekening bij de PAM over te maken. Natuurlijk kan hij dat bedrag
gedurende de looptijd aanpassen afhankelijk van de werkelijke opbrengst van zijn gespaarde
pensioenbedrag.
Het komt erop neer, dat een werknemer zelf zijn gewenste pensioen kan bepalen en zijn
pensioenleeftijd net zoals hij zich een kostuum kan laten aanmeten.
Zoals hierboven aangegeven, zijn de werknemersbijdragen aftrekbaar voor de
inkomstenbelasting, daarbij zijn de behaalde winsten met het PAM-systeem belastingvrij.
Wanneer hij met pensioen gaat en de gelden opgenomen worden, moet er belasting worden
betaald naar het dan geldende belastingtarief.
In het Chileense PAM systeem zijn zowel particuliere-, als overheidswerknemers opgenomen.
De enigen, die daarvan zijn uitgezonderd zijn de Politie en het Leger welks pensioen in
hun wedde en arbeidsvoorwaarden zijn opgenomen.
Naar mijn mening - maar niet volgens de hunne - zouden ook zij beter af zijn met een PSR.
Alle andere werknemers zijn verplicht een PSR af te sluiten. Zelfstandigen kunnen ook aan
het systeem deel nemen als zij dat wensen, waarbij een mogelijkheid wordt geschapen voor
zwartwerkers om in het officiële circuit mee te doen.
Een werknemer, die 20 jaar heeft betaald, maar bij het bereiken van zijn pensioenleeftijd
onder het wettelijk vastge- stelde minimum pensioenbedrag komt, krijgt dat pensioen van de
Staat zodra zijn PSR pensioen opgebruikt is.
Wat hier benadrukt moet worden is, dat niemand bij voorbaat als arm wordt beschouwd. Pas
achteraf nadat zijn werkzame leven beëindigd is en zijn PSR is uitgeput, krijgt een arme
gepensionneerde een Overheidssubsidie. {Zij, die niet 20 jaar aan hun PSR hebben betaald,
kunnen zich aanmelden voor een soort liefdadigheidspensioen op een veel lager niveau).
Het PSR-systeem kent ook een verzekering tegen vroegtijdige dood en invaliditeit. Iedere
PAM biedt zijn klanten deze mogelijkheid aan door bij particuliere
verzekeringsmaatschappijen groepsverzekeringen te sluiten op het leven en invaliditeit.
Voor de dekking daarvan wordt iedere werknemer extra 2,9% van zijn salaris gevraagd. Hier
is de provisie voor de PAM bij inbegrepen.
Het verplichte niveau van een minimum spaarinleg van 10% werd berekend vanuit de
veronderstelling van een netto-opbrengst van 4% gedurende het gehele werkzame leven, zodat
een gemiddelde werknemer voldoende geld op zijn PSR zou hebben staan om een pensioen te
garanderen van 70% van zijn laatstgenoten salaris.
De zogenaamde 'wettige pensioenleeftijd' is gesteld op 65 jaar voor mannen en op 60 jaar
voor vrouwen. Deze pensioenleeftijden, de gebruikelijke pensioenleeftijden in het
omslagstelsel, werden niet ter discussie gesteld bij de verandering naar de privatisering
van het stelsel, omdat deze geen fundamenteel onderdeel meer vormden van het nieuwe
systeem, want de betekenis van "pensionering" volgens het PSR-systeem is anders.
Ten eerste kunnen werknemers doorgaan met werken na hun 65ste. Doen zij dat, dan ontvangen
zij het pensioen, dat hun opgespaarde gelden mogelijk maken en zij behoeven niet langer te
betalen aan hun PSR.
Ten tweede kunnen werknemers, die voldoende spaargelden op hun rekening hebben om een
'redelijk pensioen' [ méér dan 50% van het gemiddelde salaris over de laatste 10 jaren]
te kunnen genieten, ervoor kiezen met pensioen te gaan wanneer zij willen.
Op die manier is de 65 - 60 jaar drempel geen onwrikbaar onderdeel van het PSR-systeem.
Echter, een werknemer is wel verplicht nog steeds 10% aan zijn fonds toe te voegen tot hij
die gestelde leeftijden bereikt, tenzij hij ervoor koos zijn spaargeld op te nemen op een
vroegere leeftijd, hetgeen niet hetzelfde is als terugtreden uit arbeidsmarkt. Daarenboven
echter moet iedere werknemer de vastgestelde leeftijden bereikt hebben om aanspraak te
kunnen maken op de overheidssubsidie, die een minimum pensioen garandeert.
Maar er is hoe dan ook absoluut geen verplichting om ,op welke leeftijd ook, met werken te
stoppen en evenmin is er enihge verplichting om te blijven werken of te blijven sparen
voor een pensioen, zodra men zichzelf heeft verzekerd van een redelijk pensioen, zoals
hierboven aangegeven.
"Het PSR-systeem daarentegen, maakt het mogelijk om persoonlijke voorkeuren te
vertalen naar persoonlijke beslissingen, die het gewenste resultaat opleveren."
Bij zijn pensionering kan een werknemer kiezen uit twee algemene betalingsmogelijkheden.
In het ene geval kan de gepensionneerde zijn gespaarde kapitaal aanwenden om een lijfrente
af te sluiten bij een particuliere levensverzekerings- maatschappij. De lijfrente
garandeert een vaste maandelijkse aan de inflatie gerelateerde uitbetaling gedurende het
leven, (er bestaan in Chili dergelijke obligaties op de kapitaalsmarkt, zodat de
maatschap- pijen naar bevind van zaken kunnen investeren) alsook betalingen aan
nabestaanden, die van de werknemer afhankelijk waren. Het is ook mogelijk voor de
gepensionneerde om zijn gelden op zijn PSR te laten staan en vastgestelde bedragen op te
nemen, afhankelijk van de grenzen gebaseerd op zijn levensverwachting en hen, die van hem
afhankelijk zijn. In dit laatste geval vormen de overblijvende gelden zijn nalatenschap
bij overlijden.
In beide gevallen kan hij zoveel van zijn kapitaal ineens opnemen dat boven het bedrag
uitstijgt, dat nodig is om een lijfrente of vastgelegde uitbetaling te doen van 70% van
zijn laatstgenoten salaris.
"Het PSR-systeem lost het typische problemen op dat het omslagstelsel kent met
betrekking tot volkssamenstellingen: in een verouderende bevolking neemt het aantal
werkenden per gepensionneerde af.
Met het PSR-systeem betalen de werkenden niet voor de gepensionneerden."
Het PSR-systeem lost inderdaad het typische probleem van het omslagstelsel op met
betrekking tot de samenstelling van de ouder wordende bevolking.: Naarmate de levensduur
van de bevolking toeneemt, neemt het aantal werkenden per gepensionneerde af.
Met het PSR-systeem betalen de werkenden niet voor de gepensionneerden. Daardoor - in
tegenstelling tot het omslagstelsel - is de kans op een conflict tussen de generaties en
een eventueel faillissement opgelost.
Het probleem waarmede vele landen geconfronteerd worden - niet door voldoende geld gedekte
pensioenver- plichtingen - bestaat met het PSR-systeem niet.
In tegenstelling tot bedrijfspensioenfondsen - die in het algemeen kosten in rekening
brengen aan de werknemer, die na een vastgesteld aantal jaren het bedrijf verlaat en soms
zelfs resulteren in een bankroet van het werknemerspen- sioenfonds, waardoor de werknemers
zowel hun baan als hun pensioen kwijt zijn, is een PSR-systeem geheel onafhankelijk van
het bedrijf, dat de werknemer in dienst heeft.
Aangezien het PSR persoonsgebonden is aan de werknemer, kan deze altijd zonder kosten van
werkgever veran- deren. Het probleem van bedrijfsgebondenheid wordt geheel vermeden.
Vooropgesteld, dat PSR- gelden in verhandelbare effecten belegd zijn, bezit een PSR ook
een dagwaarde en is het ook eenvoudig deze van de ene naar een andere PAM over te brengen.
Door niet van invloed te zijn op de mobiliteit van de werknemer, zowel nationaal als
internationaal, bevordert het PSA-systeem de flexibiliteit op de arbeidsmarkt en worden
immigranten niet gesubsidieerd noch gekort.
Het PSA-systeem is ook nog veel efficiënter in de bevordering van de
arbeidsmarktflexibiliteit. In feite besluiten steeds meer mensen slechts enkele uren per
dag te werken of om hun werkzame leven te onderbreken - speciaal vrouwen en jonge mensen.
Onder het omslagstelsel betekent deeltijdarbeid en arbeidsonderbreking een probleem om de
manco's in de te betalen sociale lasten op te vullen. Met het PSR-systeem zijn dergelijke
arbeidsonderbrekingen absoluut geen probleem.
"Het probleem waar veel naties mee geconfronteerd worden - ongedekte
pensioenverplichtingen - bestaan met het Pensioen Spaar Rekening systeem eenvoudigweg
niet."
DE HERVORMING
Een eerste probleem is het blijvende PSR-systeem vorm te geven. Een ander - speciaal in
landen, die reeds een omslagstelsel kennen - is de regeling van de overstap naar het
PSR-systeem te beheersen..
Bij de overstap naar het nieuwe systeem moeten uiteraard de specifieke beperkingen van de
begrotingen van iedere natie in rekening gebracht worden.
In Chili stelden wij 3 basisregels op voor de overstap:
1. De regering garandeerde aan hen, die reeds een pensioen ontvingen volgens het bestaande
systeem, geen nadelige gevolgen daarvan zouden ondervinden. Deze regel was heel belangrijk
want het uitkeringsorgaan van de Sociale Verzekeringen zou niet langer geld ontvangen van
hen, die naar het PSR-systeem overgingen, waardoor het uitkeringsorgaan niet zou kunnen
doorgaan de gepensionneerden uit haar eigen middelen te betalen. Daarenboven zou het
bijzonder onredelijk zijn gepensionneerden op zo'n laat tijdstip in hun leven, te dwingen
hun pensioenverwachtingen bij te moeten stellen.
"Op die manier behoefde een werknemer, die al jaren sociale lasten hed betaald, in
het nieuwe systeem niet met nul te beginnen."
2. Iedere werknemer, die al aan het omslagstelsel had meebetaald kreeg de keus in het
bestaande systeem door te gaan of over te stappen op het PSR-syssteem. Aan hen, die tot
het laatste besloten werd een "Erkennings Obligatie" gegeven, die werd geboekt
op hun nieuwe PSR. [De obligatie was geregistreerd en gaf een reeële rente van 4%]. De
regering betaalde de obligatie echter pas uit als de betrokkene de wettelijke
pensioengerechtigde leeftijd bereikte. Deze obligaties worden op de incourante markt
verhandeld, zodat zij ook gebruikt kunnnen worden bij vervroegd pensioen.
De obligatie was een erkenning voor de werknemer, die sociale lasten had betaald volgens
het omslagstelsel en op deze manier behoefde een werknemer niet geheel vanaf nul te
beginnen als hij voor de PSR koos.
3. Iedereen, die voor het eerst aan het bedrijfsleven deel nam, werd verplicht aan het
PSR-systeem deel te nemen. Daarmede werd het omslagstelsel opgeheven, want het was niet
langer uitvoerbaar. Deze verplichting was een zekerheidsstelling, dat het omslagstelsel
zou ophouden te bestaan, zodra de laatse deelnemer eraan de pensioengerechtigde leeftijd
bereikte [vanaf dat moment behoefde de overheid slechts de pensioenen te betalen aan hen,
die er aanspraak op hadden en dat uiteraard over een afzienbare tijd].
Deze regel is zeer belangrijk, want het is de meest effectieve manier om de omvang van de
overheidbemoeienis in onze levens voorgoed terug te dringen en niet slechts gedeeltelijk
te verminderen, zodat latere machthebbers deze weer in leven kunnen roepen.
"In tegenstelling met het omslagstelsel, wordt de dreiging van een generatieconflict
en van een bankroet, vermeden."
Na enige maanden van nationale discussies over de voorgestelde hervormingen en vele
inspanningen op het gebied van communicatie en ontwikkeling van de bevolking werd de
Pensioen Hervormings Wet op 4 November 1980 aangenomen.
Om iedereen gelijke kansen te bieden om een Pensioen Administratie Maatschappij op te
richten werd bij wet een periode van zes maanden vastgesteld, waarin niemand enige vorm
van PAM kon beginnen, zelfs ook geen reclame maken ervoor. Aldus zijn de Pensioen
Administratie Maatschappijen uniek daar zij allen eenzelfde ontwikkelings-, en
aanvangsdatum hebben, namelijk 4 November 1980 en 1 Mei 1981.
In Chili, zoals in zovele landen is 1 Mei de Dag van de Arbeid. De keuze voor die
begindatum was een zeer bewuste.
Voor velen is symboliek van belang in hun leven en de datum van 1 Mei geeft de arbeiders
een reden om de klassenstrijd te herdenken, maar ook de dag waarop zij de vrijheid kregen
voor hun eigen Sociale Verzekeringsvorm te kiezen en waardoor zij bevrijd werden van de
'boeien' van de Sociale Verzekeringssystemen van de overheid.
Tegelijk met de instelling van de PAM's werden alle bruto lonen herzien, waarbij het
wergeversaandeel sociale lasten van het vroegere overheidssysteem aan het loon werd
toegevoegd. (De Overhevelingstoeslag van de Werkgevers werd omgezet in een tijdelijke
belasting om daarmede de kosten van de hervorming mede te helpen financieren. Toen deze
belasting uiteindelijk werd opgeheven, zoals in de Pensioen Hervormings Wet was
vastgelegd, namen ook de lasten vanwege het in dienst hebben van werknemers voor de
werkgever af).
De pensioenpremie van de werknemers (10%) werd op het toegenomen brutoloon ingehouden.
Aangezien de totale lasten lager waren dan vroegeer, gingen de werknemers netto ongeveer
5% op hun loon vooruit.
Op die manier hielpen wij het sprookje uit de wereld, dat zowel werkgever als werknemer
aan de Sociale Zekerheid zouden bijdragen; een fabel, die allerlei politieke manipulaties
met de percentages van de afdrachten mogelijk maakte.
Vanuit een economisch standpunt gezien betalen de werknemers praktisch de gehele
loonbelasting aangezien de algemene beschikbaarheid van arbeid op de markt weinig
elastisch is. Daarenboven worden alle afdrachten uiteindelijk bekostigd uit de marginale
productiviteit van de werknemer. Werkgevers moeten al deze kosten - of zij nu loon worden
genoemd of Sociale Lasten - meecalculeren bij het in dienst nemen van personeel en bij de
loonvaststelling.
Door het werkgeversaandeel bij de juiste naam te noemen, wordt door het PSR-systeem
duidelijk gemaakt, dat alle lasten door de werknemer worden betaald. Met dit systeem wordt
uiteraard het werkelijk salarispeil bepaald door het vrije markt systeem. Het financieren
van de hervorming is een gecompliceerde technische zaak en iedere natie zal dit probleem
moeten oplossen in overeenstemming met de situatie in het eigen land.
"Aangezien de Pensioen Spaar Rekening persoonsgebonden is en niet gebonden is aan een
bedrijfspensioenregeling, kan de eigenaar makkelijk van werkkring veranderen.
Ook het probleem van in dienst nemen van oudere werknemers is daardoor verdwenen."
De werkelijke schuld van het omslagstelsel in Chili werd in 1980 geschat op 80% van het
BNP (World Bank, 1994)
[Het bedrag van die schuld werd verminderd door een verandering in het omslagstelsel in
1978, in het bijzonder door verbetering van het registratiesysteem, het opheffen van
speciale belangengroepen en door de pensioenleeftijd te verhogen]. Een recent onderzoek
van de World Bank (1994: 268) concludeerde dat: "Chili bewijst dat een natie met een
redelijk concurrerend banksysteem, een goed werkende debiteurenmarkt en een redelijke
macro-economische stabiliteit, in staat is grote hervormingskosten te financieren zonder
de terugslag van hoge rentelasten."
Chili paste 5 methoden toe om de kortlopende belastinglasten tengevolge van de hervorming,
te financieren:
1. In de Staatsbalans (waarin iedere staat haar baten en lasten dient weer te geven)
werden de pensioenverplichtingen tot op zekere hoogte afgezet tegen de waarde van de
staatsbezittingen en -deelnemingen en dergelijke.
Daarmede werd privatisering niet alleen een manier om de hervorming te financieren, maar
gaf daarbij nog meerdere grote voordelen, zoals verhoogde efficiency, gespreid bezit en
een niet verpolitiekte economie.
2. Aangezien bijdragen aan een kapitalistisch systeen van financiering van deugdelijke
pensioenen in het algemeen lager zijn dan de bestaande werknemerslasten, kan een klein
gedeelte van het verschil daartussen aangewend worden als een tijdelijke
hervormingsbelasting zonder de nettolonen te verlagen of de personeelslasten voor de
werkgever te verhogen.
3. Door een staatslening uit te geven kunnen de hervormingskosten door komende generaties
medegedragen worden. In Chili werd ongeveer 40% van de kosten gedekt door staatsobligaties
uit geven met een normale
rente op de markt. Deze obligaties werden voornamelijk door de PAM's gekocht als onderdeel
van hun
investeringspakket en die "overbruggingsschuld" zal geheel terugbetaald zijn als
de gepensionneerden van het omslagstelsel overleden zijn.
4. De noodzaak om de hervorming te financieren was een enorme stimulans om nutteloze
overbestedingen van de overheid in te perken. Voor meerdere jaren kon de Minister van
Financiën dit argument gebruiken om onnodige overheidsuitgaven af te wijzen of om
overheidsverspilling in te perken.
5. De toegenomen economische bedrijvigheid, die door het PSR-systeem te weeg werd gebracht
bevorderde substantiële belastingopbrengsten, in het bijzonder de BTW. Slechts 15 jaar na
de hervorming heeft Chili grote fiscale begrotingsoverschotten.
"Op die manier bleek privatisering van het pensioensysteem niet slechts een methode
om de hervorming te financieren, maar had grote bijkomstige voordelen, zoals toegenomen
rendementen, gespreid bezit en een niet verpolitiekte economie."
DE RESULTATEN
De PSR's hebben nu al een opglopen investeringsfonds van ongeveer 50 miljard, een
ongewoon grote voorraad kapitaal voor een zich ontwikkelend land met 14 miljoen inwoners
en een BNP van 120 miljard.
Dit lange-termijn investeringskapitaal heeft niet alleen bijgedragen aan de economische
groei van het land, maar heeft ook de stoot gegeven tot doelmatige kapitaalmarkten en
kapitaalsinstellingen.
De beslissing om éérst het PSR-systeem op gang te brengen en pas daarna de grote
staatsbedrijven te privatiseren resulteerde in 'deugdelijke gevolgen.' Het gaf de
werknemers een gerede kans behoorlijk te profiteren van de enorme stijging in de
productiviteit van de geprivatiseerde bedrijven vanwege hogere waarden van de aandelen,
die daardoor het rendement van hun PSR's verhoogden.
Er bestaan zo'n 15 PAM bedrijven en zij vormen een heterogene groep. Sommigen vormen een
onderdeel van verzekeringsbedrijven of van banken. Anderen zijn een werknemerseigendom of
zijn verbonden aan vakbonds- organisaties of behoren tot bepaalde bedrijfsorganisaties.
Sommigen zijn een deelnemingsvorm van internationale bedrijven, zoals de AIG, Aetna en de
Banco de Santander. Enkele van de grotere PAM's worden op de Chileense Effectenbeurs
verhandeld. Eén bracht recentelijk zelfs op Wall Street z.g. American Deposit Receipts
uit (geholpen door de "A-" crediet status van de Chileense Obligaties).
Eén van de voornaamste resultaten van het nieuwe systeem was wel de vergroting van de
economische groei van Chili. Het PSR-systeem heeft in de afgelopen 15 jaren de
kapitaalmarkt doeltreffender gemaakt en haar groei beïnvloed.
De enorme fondsen, die door de PAM's worden beheerd, hebben het ontstaan van nieuwe
investeringen bevorderd, terwijl bestaande, maar niet volledig ontwikkelde projecten
werden gestimuleerd.
Een andere verbetering, die door Chileense pensioenhervormingen is ontstaan is een
gezondere en meer doorzichtige kapitaalmarkt door de vorming van een binnenlands
risico-waarderingsbedrijvigheid en een verbetering van het toezicht op het bestuur van
grote bedrijven. [De PAM's benoemen een eigen commissaris in de Raden van Bestuur van
bedrijven, waarin zij aandelen bezitten, waarmede de zelfvoldaanheid van vele Raden van
Bestuur wordt doorbroken].
"Slechts 15 jaar na de hervorming heeft Chili overschotten op de fiscale
balans."
Sinds het nieuwe systeem in werking ging op 1 Mei 1981 heeft het gemiddeld een rendement
op de investering opgeleverd van 13% (meer dan drie keer zoveel dus als het verwachtte
rendement van 4%). Uiteraard gaf het jaarlijkse rendement schommelingen te zien van min 3%
tot plus 30% als gevolg van de bewegingen, die nu eenmaal aan het vrije marktsysteem
verbonden zijn. Het belangrijkste echter is het gemiddeld rendement over de lange termijn.
De pensioenen van het PSR-systeem zijn belangrijk hoger, dan volgens het oude systeem,
waarvoor een totale bijdrage van 25% van de loonsom benodigd was. Volgens een recent
onderzoek door Sergio Baeza (1995) ontvangt de gemiddelde PAM pensioengerechtigde een
pensioen gelijk aan 78% van zijn gemiddelde salaris over de laatste 10 jaren van zijn
werkzame leven.
Zoals reeds werd opgemerkt kunnen werknemers bij hun pensionnering hun 'overschot' aan
spaargelden (boven de grens van 70% van het laatste salaris) in zijn geheel opnemen. Als
deze gelden werden medegerekend in de bepaling van het pensioen, dan zou dit 84% van het
laatste inkomen bedragen. Zij, die recht hebben op een invaliditeitsuitkering, ontvangen
gemiddeld 70% van hun laatste salaris.
Het nieuwe pensioensysteem heeft daardoor een opmerkelijke teruggang van de armoede
teweeggebracht door de vergroting en zekerheid van het Ouderdomspensioen, het Weduwen en
Wezenpensioen en de Invaliditeitspensioenen, vanwege de indirecte, maar bijzonder sterke
invloed op de bevordering van de economische activiteiten en de werk- gelegenheid.
Het PSR-systeem heeft ook de onredelijkheid van het oude systeem opgeheven. Volgens
gevestigde begrippen zou het omslagstelsel een herverdeling van het inkomen veroorzaken
van de rijken naar de armen. Recent onderzoek heeft uitgewezen dat, zodra de specifieke
inkomenskarakteristieken van de arbeiders en de uitwerking van politieke beslissingen in
de berekeningen worden medegenomen, de overheidsregelingen juist de rijken bevoordelen en
meer in het bijzonder de sterkste werknemersgroeperingen. [Baeza (1995) , World Bank
(994).
"Eén van de belangrijkste effecten van het nieuwe systeem was de vermeerdering van
de productiviteit van het geïnvesteerde kapitaal en daarmede van de economische groei van
Chili."
CONCLUSIE
Het is absoluut niet verwonderlijk, dat het PSR-systeem in Chili zo populair blijkt te
zijn en heeft bijgedragen aan de sociale en economische stabiliteit. De arbeiders
waarderen de billikheid van het systeem en door hun Pensioen Spaar Rekeningen hebben zij
een direct en waarneembaar deel in de economie van het land. Aangezien de particuliere
pensioenfondsen (de PAM's) grote pakketten aandelen bezitten in de voornaamste Chileense
bedrijven, zijn de arbeiders in feite de investeerders in de rijkdom van de natie.
Toen de PSR van start ging in 1981 konden de werknemers kiezen daaraan deel te nemen of
door te gaan in het oude systeem. Een half miljoen Chileense arbeiders (een kwart van het
in aanmerking komende potentieel) koos voor het nieuwe systeem door in de eerste maand van
de inwerkingtreding deel te nemen (véél meer dan de 50.000 waarop men gerekend had).
Heden ten dage zijn meer dan 90% van de werknemers, die nog onder het oude systeem vielen
tot het PSR-systeem toegetreden. In 1995 hadden 5 miljoen Chilenen een Pensioen Spaar
Rekening, hoewel niet allen tot de groep arbeiders met een volledige betrekking behoorden
en dus niet elke maand op hun rekening stortten.
Het opmerkelijkste is, dat de arbeiders als zij voor de keus gesteld worden, in een
overweldigende meerderheid met hun centen stemmen voor een vrije markt systeem.
Nu dat het staatspensioen geleidelijk aan verdwijnt, kunnen politici niet langer bepalen
of de premies voor de sociale lasten verhoogd dienen te worden en met welke bedragen of
voor welke groep van de bevolking. Pensioenen zijn daardoor niet langer meer een voornaam
onderwerp voor politieke conflicten of voor mooie verkiezingsleuzen, zoals zij vroeger
waren.
Iemands pensioenvoorziening is volledig afhankelijk van zijn eigen inspanningen en van een
gezonde economische toestand in het land en niet meer overgeleverd aan de ingrepen van de
overheid of van de druk, die door speciale groepen op de overheid wordt uitgeoefend.
Voor de Chilenen betekenen de Pensioen Spaar Rekeningen een tastbaar en zichtbaar eigendom
- de voornaamste bron van zekerheid bij pensionnering.
Sterker nog.... nu, na 15 jaren in werking te zijn geweest, is het voornaamste bezit van
de gemiddelde Chileense arbeider niet zijn auto of zijn (waarschijnlijk nog onder een
hypotheek gebukt gaande) kleine huis, maar zijn gespaaarde bezit op zijn Pensioen Spaar
Rekening.
Ten slotte. Het particuliere pensioensysteem heeft verstrekkende politieke en culturele
gevolgen gehad. De overweldigende hoeveelheid Chilenen, die op het nieuwe systeem over
gingen deden dit sneller, dan de Oostduitsers naar het Westen liepen na het slechten van
het IJzeren Gordijn.
Deze arbeiders besloten vrijwillig om het overheidssysteem te laten voor wat het was,
zelfs ondanks dat vakbondsleiders en bepaalde politieke groeperingen het ten sterkste
afraadden. De gewone werknemer geeft heel veel
om zulke zaken, die directe invloed hebben op zijn leven, zoals pensioenen, opleiding en
gezondheid(szorg) en neemt zijn beslissingen met zijn gezin in gedachten en niet volgens
de heersende politieke normen.
Want inderdaad geeft het nieuwe pensioensysteem aan de Chilenen een persoonlijk belang bij
de nationale economi- sche situatie. De gemiddelde Chileense arbeider staat beslist niet
onverschillig tegenover de bewegingen op de aandelenbeurs of van rentepercentages.
Instinctief weet hij, dat een slechte Minister van Finaciën de waarde van zijn
pensioenrekening kan verminderen. Zodra arbeiders voelen een deel van de natie te
bezitten, niet middels vakbondsbonzen of middels een Politburo, zijn zij veel meer begaan
met de vrije markt en een vrije samenleving.
Dit was een kort verhaal van een droom, die werkelijkheid werd.
De voornaamste lering, die wij daaruit kunnen trekken is dat, alleen die revoluties succes
hebben, die vertrouwen stellen in de individuele mens en de wonderen, die een mens kan
verrichten als hij vrij is.
|